ECLI:NL:RBDHA:2024:372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt termijn voor besluitvorming nareis asielaanvragen vast en legt dwangsom op
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder had de beslistermijn verlengd tot maximaal 2 mei 2023, maar heeft daarna geen besluit genomen. Eisers stelden verweerder rechtsgeldig in gebreke en dienden tijdig beroep in. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt vast dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit.
De rechtbank oordeelt dat vanwege de aard van de aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Verweerder heeft een termijn van acht weken gevraagd om alsnog te beslissen, welke de rechtbank oplegt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder reeds een bestuurlijke dwangsom van €1.442 heeft verbeurd en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eisers en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot het binnen acht weken nemen van een besluit onder oplegging van een dwangsom en vergoedt proceskosten en griffierecht aan eisers.