ECLI:NL:RBDHA:2024:370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit over machtiging tot voorlopig verblijf bij nareis asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar en haar drie kinderen ingediende aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft de beslistermijn overschreden en geen besluit genomen binnen de wettelijk gestelde termijn, ondanks een rechtsgeldige ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend en kennelijk gegrond is. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt een termijn van twintig weken waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.