ECLI:NL:RBDHA:2024:3552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Het voornemen is een voorbereidingshandeling en hoeft niet alle bijzondere omstandigheden te bevatten, aangezien eiser via een zienswijze alsnog zijn standpunten kon inbrengen. Het beroep op het ontbreken van een rechtsmiddel faalt omdat de bezwaarprocedure niet van toepassing is, maar er wel gelegenheid is tot reactie op het formele standpunt.
Eiser stelde dat overdracht aan Spanje indirect refoulement en schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege de dood van zijn broer in Spanje en onvoldoende procedurele waarborgen. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Spaanse asielstelsel die een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.