Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 6 februari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze bewaring en stelt dat de staatssecretaris onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn uitzetting naar Suriname voor te bereiden tijdens zijn strafrechtelijke detentie.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris zijn inspanningsverplichting heeft geschonden omdat hij na bekendwording van de einddatum van de strafdetentie op 28 december 2023 niets heeft gedaan om de uitzetting voor te bereiden. Dit gebrek leidt echter niet automatisch tot onrechtmatigheid van de bewaring. De rechtbank maakt een belangenafweging waarbij het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en het gebruik van een niet op zijn naam gesteld identiteitsdocument zwaar wegen.
De staatssecretaris heeft voldoende gronden voor bewaring aangevoerd, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het niet willen terugkeren naar Suriname. Eiser heeft deze gronden niet betwist. De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is gebleven en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en zijn er geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.