ECLI:NL:RBDHA:2024:3317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 31 maart 2023 en verweerder had uiterlijk 29 september 2023 moeten beslissen. Verweerder heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk is omdat eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en twee weken zijn verstreken tussen ingebrekestelling en beroep. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van bestuurlijke dwangsommen van €1.442 wegens de verstreken termijn en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het geval verweerder ook na deze termijn niet besluit. Tevens worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €437,50 en aan haar toegekend.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen als bijzondere gevallen worden aangemerkt, wat de langere beslistermijn rechtvaardigt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van bestuurlijke dwangsommen en toekenning van proceskosten.