Eisers, familieleden van een in Nederland verblijvende alleenstaande minderjarige vreemdeling (referente), dienden aanvragen in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De staatssecretaris wees deze aanvragen af, stellende dat er geen sprake was van gezinsleven tussen referente en haar ouders en dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is en dat de belangenafweging onvolledig is, omdat hij niet heeft meegewogen dat referente als minderjarige een eerdere nareisaanvraag had ingediend die onherroepelijk was afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de leeftijd van referente ten tijde van de nareisaanvraag, haar vluchtelingenstatus, de duur van de procedure en de redenen van afwijzing. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het ontbreken van gezinsleven tussen referente en haar ouders doorslaggevend is, terwijl er wel sprake is van gezinsleven met haar broers en zus. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit gebrekkig is gemotiveerd en vernietigt het besluit.
De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen van de rechtbank. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.