ECLI:NL:RBDHA:2024:3029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit nareis en oplegging nadere beslistermijn van twintig weken
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan en heeft de beslistermijn verlengd met drie maanden. De termijn is inmiddels verstreken zonder besluit. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat het niet tijdig nemen van een besluit als een besluit wordt aangemerkt. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe wegens betalingsonmacht van eiseres. Vervolgens legt de rechtbank op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van twintig weken op, omdat sprake is van een bijzonder geval bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder is tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt een nadere beslistermijn van twintig weken opgelegd met een dwangsom bij overschrijding.