ECLI:NL:RBDHA:2024:2597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat de termijnen voor het afnemen van vingerafdrukken niet waren nageleefd en dat Nederland daardoor verantwoordelijk zou zijn geworden. Ook vroeg hij om een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelde dat de termijnen uit de Eurodacverordening niet bepalend zijn voor het moment van het terugnameverzoek en dat het verzoek in deze zaak tijdig was ingediend. Daarnaast mocht de staatssecretaris uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ondanks de zorgwekkende opvang- en detentieomstandigheden in Bulgarije, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een reëel risico op schending van fundamentele rechten bestaat.
Verder achtte de rechtbank de familiebanden en bedreigingen door een mensensmokkelaar onvoldoende bijzondere omstandigheden om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot aanhouding van de zaak afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.