ECLI:NL:RBDHA:2024:2515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 21 september 2022, waarbij verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde, maar uiteindelijk niet binnen de verlengde termijn besloot.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 21 oktober 2023 en het verstrijken van twee weken, stelde eiseres op 10 november 2023 beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen van €1.442, een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de nieuwe termijn (maximaal €7.500), en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.