ECLI:NL:RBDHA:2024:23053
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tweede en derde asielaanvraag
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende drie asielaanvragen in. De eerste aanvraag werd op 11 april 2023 ingewilligd, terwijl de tweede en derde aanvragen door verweerder werden afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen de afwijzingen van de tweede en derde aanvragen en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Op 18 juni 2024 trok eiser deze beroepen en het verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat de eerste asielaanvraag is ingewilligd niet betekent dat verweerder ook in de procedures over de tweede en derde aanvragen is tegemoetgekomen. Er is geen nieuw besluit genomen in die procedures en het procesbelang in die zaken is komen te vervallen door de inwilliging van de eerste aanvraag. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat alleen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend.
Daarom wordt het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Moussaoui en griffier E.P.W. Kwakman. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de beroepen tegen de tweede en derde asielaanvraag.