ECLI:NL:RBDHA:2024:22914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen kinderopvangtoeslag en proceskostenvergoeding
Eiser heeft op 29 januari 2021 een verzoek ingediend bij verweerder om zijn recht op kinderopvangtoeslag opnieuw te beoordelen binnen de hersteloperatie toeslagen. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin verweerder werd opgedragen binnen 13 weken te beslissen, stelde eiser beroep in wegens vermeend niet tijdig beslissen.
Verweerder nam vervolgens besluiten op 23 maart 2023 en 11 april 2023, waarin de kinderopvangtoeslag over verschillende jaren werd beoordeeld en een tegemoetkoming werd vastgesteld. Eiser betwistte ontvangst van deze besluiten, terwijl verweerder stelde dat deze wel waren verzonden, ondersteund door printscreens van het Toeslagen Verstrekking Systeem (TVS).
De rechtbank oordeelt dat eiser door toezending van de processtukken aan zijn gemachtigde kennis heeft genomen van de besluiten, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Voor zover het beroep ziet op vaststelling van de verbeurde dwangsom verklaart de rechtbank zich onbevoegd. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de besluiten tijdig en correct zijn verzonden aan eiser of zijn gemachtigde.
Het beroep tegen de besluiten zelf wordt verwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaar. De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever op 20 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.