ECLI:NL:RBDHA:2024:22873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens risico indirect refoulement bij uitzetting naar Canada
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende in 2012 een asielaanvraag in Nederland in, welke in 2013 werd afgewezen met oplegging van een terugkeerbesluit naar Canada. Eiser vroeg in 2021 uitstel van vertrek aan op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000, maar dit werd afgewezen. Na diverse procedures en een vernietiging van een eerder besluit door de rechtbank, handhaafde verweerder het terugkeerbesluit in een bestreden besluit van 11 augustus 2023.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 23 april 2013 niet in stand kan blijven omdat op dat moment al vaststond dat eiser bij verwijdering naar Canada een risico liep op onmenselijke behandeling (indirect refoulement), zoals blijkt uit het arrest van het HvJEU van 6 juli 2023 en de visie van het UN Human Rights Committee van 2011. Verweerder had dit moeten toetsen en kon niet volstaan met het in stand laten van het oude besluit.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarin de vertrekplicht wordt bevestigd en herroept het terugkeerbesluit. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 2.187,50. De rechtbank benadrukt de onwenselijke situatie waarin eiser verkeert doordat hij zonder rechtmatig verblijf geen toegang heeft tot voorzieningen, en adviseert verweerder om samen met eiser en zijn gemachtigde naar een oplossing te zoeken.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 23 april 2013 wordt herroepen en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de vertrekplicht bevestigt.