ECLI:NL:RBDHA:2024:22611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
Eiser huurde een woning in Den Haag die door de burgemeester werd gesloten voor drie maanden vanwege vermoedens van drugshandel. De sluiting was gebaseerd op meldingen van buurtbewoners, politieonderzoek en de aanwezigheid van lachgasflessen en gebruikersartikelen in de woning.
Eiser voerde aan dat alleen de rechter kan vaststellen dat drugs worden verkocht en dat de sluiting niet noodzakelijk en onevenredig zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten als aannemelijk is dat drugs worden verhandeld, ook zonder strafrechtelijke bewijsstandaard.
De rechtbank vond de bewijslast voldoende en achtte de sluiting proportioneel, ondanks het ontbreken van een handelshoeveelheid drugs in de woning. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de sluiting gehandhaafd blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard en de sluiting voor drie maanden bevestigd.