ECLI:NL:RBDHA:2024:22460
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens onderduiken zonder geldige reden
Eiser, een Ghanese asielzoeker, diende op 2 januari 2024 een asielaanvraag in in Nederland, die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk was. Na eerdere afwijzingen van zijn beroep tegen deze beslissing, verlengde verweerder op 10 oktober 2024 de overdrachtstermijn met 18 maanden wegens onderduiken.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich zonder geldige reden buiten het bereik van de Nederlandse autoriteiten bevond, onderbouwd met gegevens uit INDIGO en een e-mail van het COA. Eiser was op 8 oktober 2024 met onbekende bestemming vertrokken en had zonder afmelding een vertrekgesprek op 7 oktober 2024 gemist.
Eisers beroep en verzoek om een voorlopige voorziening werden ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat de jurisprudentie waarop eiser zich beroept niet van toepassing is omdat die situaties betreffen waarin de vreemdeling nooit buiten bereik was. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.