Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 18 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, hetgeen door Kroatië is geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Hij stelde risico's op onmenselijke behandeling, detentie en gebrek aan opvang en voorzieningen. Tevens klaagde hij over het gebruik van standaardteksten en een motiveringsgebrek door verweerder.
De rechtbank oordeelde dat de Afdeling bestuursrechtspraak recentelijk het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië heeft bevestigd, ook na beoordeling van de opvangomstandigheden. Eiser slaagde er niet in objectief aan te tonen dat hij als Dublinclaimant een reëel risico loopt op schending van mensenrechten bij overdracht.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende op de persoonlijke omstandigheden van eiser is ingegaan en dat het gebruik van standaardteksten niet leidt tot een motiveringsgebrek. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.