ECLI:NL:RBDHA:2024:2161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en opvang Spanje
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank toetst of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje kan worden toegepast, ondanks de door eiser aangevoerde structurele tekortkomingen in het Spaanse opvangsysteem, gebaseerd op AIDA-rapporten en een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris in het algemeen op dit vertrouwensbeginsel mag steunen en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet kan.
De recente AIDA-rapporten tonen aan dat er hardnekkige problemen zijn met toegang tot opvang en asielprocedures, maar deze zijn niet zo ernstig dat zij de hoge drempel van artikel 3 EVRM Pro overschrijden. De rechtbank bevestigt dat de verwijzing naar eerdere Afdelingsuitspraken en de motivering in het bestreden besluit voldoende zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Indien eiser geen toegang tot opvang of procedure krijgt in Spanje, moet hij daarover klagen bij de Spaanse autoriteiten, wat volgens de rechtbank mogelijk en effectief is.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft van kracht.