Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Procesverloop
Overwegingen
[geboortedatum].
Standpunten eiser
Oordeel rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 30 september 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 13 december 2024 behandeld en het onderzoek gesloten.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting naar Algerije, onder meer vanwege een periode van meer dan twee weken zonder uitzettingshandelingen en het ontbreken van een geplande presentatie die volgens eiser vereist is voor gedwongen terugkeer. De rechtbank oordeelt echter dat de minister voldoende voortvarend handelt, gelet op regelmatige rappelleringen en vertrekgesprekken, en dat zicht op uitzetting niet ontbreekt.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, terwijl de Algerijnse autoriteiten medewerking verlenen aan het verkrijgen van benodigde documenten. De rechtbank acht het terecht dat de minister geen lichter middel dan bewaring toepast gezien het gebrek aan medewerking van eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.