ECLI:NL:RBDHA:2024:20980
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Asielberoep Eritrese vrouw gegrond wegens onvoldoende motivering dienstplichtrisico
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende in juni 2021 een asielaanvraag in die door de minister in augustus 2024 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep en oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat eiseres geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer, met name vanwege de dienstplicht.
De minister achtte de identiteit van eiseres niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdige geboortedata en twijfels over haar uitreisverhaal. De rechtbank stelde vast dat de minister terecht uitging van de UNHCR-registratie en dat de door eiseres overgelegde documenten onvoldoende bewijs boden. Ook werden haar wisselende verklaringen over haar uitreis en verblijf in Ethiopië terecht als tegenstrijdig beoordeeld.
Belangrijk was dat de minister aannam dat eiseres haar dienstplicht al had vervuld omdat zij bij vertrek twintig jaar was. De rechtbank vond deze motivering onvoldoende en stelde dat de minister een individuele beoordeling moet maken van het risico op ernstige schade, waarbij de leeftijd slechts een aanwijzing is. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en kende eiseres een proceskostenvergoeding toe van €2.625. De minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van het risico op dienstplicht bij terugkeer.