ECLI:NL:RBDHA:2024:20957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing vrees voor Al-Shabaab en sociale groep
Eiser, afkomstig uit Mogadishu, Somalië, diende op 4 mei 2023 een opvolgende asielaanvraag in, waarin hij vreesde voor willekeurig geweld door Al-Shabaab en stelde te behoren tot een sociale groep vanwege verwestering. De minister wees de aanvraag op 5 september 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat de door eiser gestelde problemen niet aannemelijk waren gemaakt en zijn vrees niet werd ondersteund door het ambtsbericht.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 november 2024 en oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom hij als lid van de Hawiye stam of vanwege zijn verwestering een verhoogd risico zou lopen. De stellingen over rekrutering door Al-Shabaab en het ontbreken van een sociaal netwerk werden niet overtuigend toegelicht. Ook was de veiligheidssituatie in Mogadishu volgens recente informatie niet zodanig dat sprake was van een uitzonderlijke situatie met willekeurig geweld.
Verder stelde eiser dat zijn privéleven in Nederland ambtshalve had moeten worden meegewogen op grond van artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank oordeelde dat bij een opvolgende aanvraag deze toets niet verplicht is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.