ECLI:NL:RBDHA:2024:20899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling college na intrekking verzoek voorlopige voorziening
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer van 11 oktober 2024. Dit verzoek is ingetrokken nadat het college bij besluit van 22 november 2024 het bezwaar van verzoekster gegrond heeft verklaard en bijzondere bijstand voor het griffierecht in hoger beroep heeft toegekend.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek van verzoekster om het college te veroordelen in de proceskosten beoordeeld. Het college stelde zich op het standpunt dat er geen aanleiding was tot proceskostenveroordeling omdat er geen spoedeisend belang was, maar de voorzieningenrechter achtte die vraag niet relevant nu het verzoek was ingetrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met het besluit van 22 november 2024 aan het verzoek van verzoekster is tegemoetgekomen en dat dit voldoende grond is om het college in de proceskosten te veroordelen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De proceskosten werden vastgesteld op €875,-, bestaande uit één punt voor de proceshandeling van het indienen van het verzoekschrift. Omdat het griffierecht reeds was terugbetaald aan verzoekster, hoefde het college dit niet te vergoeden.
De voorzieningenrechter veroordeelde het college tot betaling van €875,- aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €875,- aan verzoekster wegens proceskosten.