ECLI:NL:RBDHA:2024:20751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te veel ontvangen WAO-uitkering wegens eenmalige loonsverhoging
Eiseres ontvangt sinds 2001 een WAO-uitkering en werkt daarnaast. Het UWV heeft in februari 2024 de definitieve uitkering over 2023 berekend en vastgesteld dat eiseres een te hoog voorschot had ontvangen, met name door een eenmalige loonsverhoging in april 2023 op basis van de CAO. Dit leidde tot een terugvordering van €414,99 bruto.
Eiseres betoogt dat de loonsverhoging noodzakelijk was voor inflatiecorrectie en behoud van koopkracht, en dat het onredelijk is deze mee te rekenen bij de bepaling van haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelt echter dat deze eenmalige vergoeding fiscaal als loon wordt aangemerkt en onder artikel 44 WAO Pro valt, dat dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor uitzonderingen.
De rechtbank overweegt dat het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro het niet toestaat wetten aan algemene rechtsbeginselen te toetsen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval is. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze systematiek zonder hardheidsclausule. Het UWV heeft de terugvordering correct vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter Janssen en griffier Veili op 9 december 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van €414,99 bruto te veel ontvangen WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.