ECLI:NL:RBDHA:2024:2070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Oostenrijkse procedure
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag in Nederland, omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris had de aanvraag niet in behandeling genomen en verwees naar een verzoek tot terugname dat Oostenrijk had geaccepteerd.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Oostenrijk vanwege vermeende fundamentele tekortkomingen in de asielprocedure, waaronder pushbacks en het ontbreken van rechtsbijstand bij herhaalde aanvragen. Hij vreesde ook detentie en terugkeer naar Marokko zonder adequate behandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk structurele tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 4 van Pro het Handvest opleveren. Rapporten en jurisprudentie boden onvoldoende bewijs voor systematische pushbacks of onrechtmatigheden. De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwierp het beroep als kennelijk ongegrond.
De rechtbank benadrukte dat eventuele klachten over de asielprocedure in Oostenrijk bij de bevoegde autoriteiten moeten worden ingediend. De vrees voor detentie werd niet onderbouwd en de Terugkeerrichtlijn voorziet in bewaring onder voorwaarden. Het beroep werd derhalve afgewezen en de overdracht aan Oostenrijk blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Oostenrijk blijft in stand.