Eiser was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WIA-uitkering. Hij betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 67,64%, verwijzend naar een rapport van een neuroloog die geen verzekeringsarts is en een psychiatrisch rapport. Het UWV handhaafde het besluit op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
De rechtbank oordeelde dat het UWV mag vertrouwen op rapporten van verzekeringsartsen die zorgvuldig zijn opgesteld. De door eiser ingebrachte rapportage van een niet als verzekeringsarts geregistreerde neuroloog kon niet dezelfde waarde krijgen. De verzekeringsarts b&b had voldoende rekening gehouden met de beperkingen, waaronder PTSS en andere psychische klachten.
De rechtbank zag geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen en vond dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te betwisten. De arbeidsdeskundige beoordeling werd niet betwist. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het UWV-besluit gehandhaafd.