ECLI:NL:RBDHA:2024:19807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende op 6 maart 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, nadat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder op 13 februari 2024 in Kroatië een asielverzoek had ingediend.
Eiser voerde aan dat Kroatië zijn asielaanvraag mogelijk niet inhoudelijk zal behandelen en dat hij risico loopt op uitzetting naar een onveilig land, mede gebaseerd op het AIDA-rapport 2023. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien er geen aanwijzingen zijn voor structurele tekortkomingen in Kroatië die overdracht zouden verbieden.
Verder stelde de rechtbank dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 17 en Pro artikel 18 van Pro de Dublinverordening niet leiden tot een andere uitkomst. De medische situatie van eiser en zijn bejegening in Kroatië vormen geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De minister mag vertrouwen op de naleving van het EVRM door Kroatië en de beschikbaarheid van medische zorg.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de minister het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag terecht heeft genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.