ECLI:NL:RBDHA:2024:19440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen wegens betalingsonmacht.
De aanvraag werd ingediend op 11 mei 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 9 november 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde de staatssecretaris op 13 december 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 10 juni 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat de situatie een bijzonder geval betreft, gelet op eerdere jurisprudentie, en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.