Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, Pakistaanse nationaliteit, verzochten op 16 augustus 2023 om een faciliterend visum voor verblijf bij hun oom, een Italiaanse staatsburger woonachtig in Nederland. Verweerder wees de aanvragen af omdat eisers onvoldoende het doel en de omstandigheden van het verblijf hadden aangetoond en omdat de referent niet voldeed aan de voorwaarden als Unieburger waaraan rechten kunnen worden ontleend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de referent niet aantoonde over voldoende middelen van bestaan en een geldige ziektekostenverzekering te beschikken, wat vereist is voor economisch niet-actieve Unieburgers. Tevens is vastgesteld dat eisers niet onder de definitie van familielid vallen zoals bedoeld in de Richtlijn 2004/38/EG, noch dat zij daadwerkelijk ten laste zijn van de referent.
Eisers stelden dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure was geschonden, maar de rechtbank vond dat dit niet het geval was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en een hoorzitting geen ander oordeel zou hebben opgeleverd. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat verweerder geen faciliterend visum hoefde te verstrekken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de faciliterend visum aanvragen is ongegrond verklaard.