Eiser, van Algerijnse nationaliteit, kreeg op 8 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Deze maatregel werd op 9 november 2024 opgeheven en opnieuw opgelegd vanwege een computerstoring die de motivering van de feitelijke gronden ontbrak. De rechtbank oordeelt dat de schottentheorie niet van toepassing is omdat het hier dezelfde grondslag betreft en dat er feitelijk sprake is van één doorlopende maatregel.
De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke maatregel onrechtmatig is omdat de motivering van de feitelijke gronden ontbreekt en dat dit gebrek niet kan worden hersteld door een nieuwe maatregel op dezelfde grondslag. Dit is in lijn met jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europese Hof van Justitie.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 19 november 2024 en kent eiser een schadevergoeding toe van €1.200,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.750,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser.