ECLI:NL:RBDHA:2024:18807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening voor Kroatië
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 6 juni 2024 asiel aan in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij op 10 juni 2023 al een asielverzoek in Kroatië had ingediend. Nederland verzocht Kroatië om terugname, wat werd goedgekeurd. De minister nam daarom de aanvraag niet in behandeling.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden vanwege persoonlijke ervaringen met pushbacks en slechte opvang in Kroatië. Hij verwees naar een rapport van de Center for Peace Studies dat risico's op pushbacks bevestigt.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat geen structurele tekortkomingen in Kroatië zijn aangetoond. Persoonlijke ervaringen van eiser zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook het verzoek om onverplicht behandeling van de aanvraag werd afgewezen, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn gesteld.
Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier Göbel op 7 november 2024 in Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.