ECLI:NL:RBDHA:2024:18692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser is sinds 12 september 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 8 november 2024 met aanwezigheid van eiser, zijn gemachtigde en een tolk.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 27 september 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, dat de minister te laat informatie heeft verstrekt en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting naar Algerije wel aanwezig is, mede doordat de Algerijnse autoriteiten een laissez-passer hebben toegezegd en een vlucht geboekt is voor 21 november 2024. De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld door rappelleren op de laissez-passer-aanvraag, vertrekgesprekken te voeren en een vlucht te boeken. De belangenafweging is tijdig gemaakt en er is geen wettelijke plicht om de gemachtigde separaat te informeren.
Verder is de maatregel proportioneel en is geen aanleiding voor een lichter middel, mede omdat eiser geen persoonlijke omstandigheden heeft aangedragen die dit rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.