ECLI:NL:RBDHA:2024:18684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 juni 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling. Eiser stelde dat het voortduren van deze maatregel onrechtmatig was vanwege onvoldoende voortvarendheid van de minister en gebrek aan zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 20 september 2024, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat er nog zicht is op uitzetting naar Algerije, aangezien de Algerijnse autoriteiten niet onomstotelijk hebben verklaard geen laissez-passer af te geven. De minister heeft meerdere acties ondernomen, waaronder rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek met eiser. De rechtbank vond de minister voldoende voortvarend.
Daarnaast stelde eiser dat er geen beëdigde tolk werd ingezet, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen dat dit tot communicatieproblemen heeft geleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.