ECLI:NL:RBDHA:2024:18581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat geen van partijen hierom verzocht.
Volgens de wet moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan om binnen twee weken alsnog te beslissen, voordat beroep kan worden ingesteld. Sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat de verlenging van de beslistermijn geldig is toegepast en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. De rechtbank verwijst echter naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiser zijn asielaanvraag op 6 juli 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot uiterlijk 6 oktober 2024. De ingebrekestelling van 16 juli 2024 is daardoor te vroeg ingediend.
Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden om beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroege ingebrekestelling.