ECLI:NL:RBDHA:2024:18213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing na onrechtmatig besluit inschrijving BRP
Verzoeker, van Bengaalse nationaliteit en gevlucht uit Oekraïne, diende op 21 april 2023 een verzoek in tot inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente Zoetermeer. Dit verzoek werd op 1 augustus 2023 afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat hij verblijfsrecht had op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Na bezwaar en een positief advies van de IND werd verzoeker alsnog met terugwerkende kracht ingeschreven per 21 april 2023.
Verzoeker stelde dat hij schade had geleden door het onrechtmatige afwijzende besluit, waaronder inkomensschade, reiskosten en immateriële schade door inbreuk op zijn privéleven. Verweerder erkende het onrechtmatige karakter van het besluit maar betwistte de causaliteit en de omvang van de schade.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd voor de gestelde inkomensschade, aangezien salarisstroken ontbraken en niet aannemelijk was dat hij in augustus 2023 inkomsten misliep. Ook de reiskosten voor een triagegesprek werden niet aannemelijk gemaakt, mede omdat het gesprek niet plaatsvond. Voor immateriële schade ontbraken concrete aanwijzingen van psychisch letsel.
Daarnaast leidde de overschrijding van de beslistermijn niet automatisch tot schadevergoeding, omdat daarvoor bijkomende omstandigheden ontbreken. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding daarom af en veroordeelde verzoeker niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit inschrijving BRP wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade.