ECLI:NL:RBDHA:2024:18030
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 22 maart 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland deed een verzoek tot terugname bij Kroatië, dat dit verzoek aanvaardde.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Kroatië niet mogelijk is vanwege tekortkomingen in opvang en risico op schending van mensenrechten, onderbouwd met een notitie van VluchtelingenWerk Nederland en jurisprudentie. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien er geen structurele tekortkomingen zijn gebleken die een schending van het EU Handvest of het EVRM aannemelijk maken.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier El-Amrani op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.