ECLI:NL:RBDHA:2024:17850
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Iraanse nationaliteit, heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser had eerder asielaanvragen ingediend in Duitsland en Frankrijk, die beide definitief zijn afgewezen.
De rechtbank heeft onderzocht of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk kan worden toegepast, mede op basis van het AIDA-rapport 2024 (update 2023) en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank concludeert dat het percentage opvangtekorten in het rapport niet ziet op Dublinterugkeerders zoals eiser, die dezelfde opvangrechten genieten als reguliere asielzoekers.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure en opvangvoorzieningen die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen; de aanvraag mag worden overgedragen aan Frankrijk.