ECLI:NL:RBDHA:2024:175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser heeft op 9 september 2021 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris stelde een besluitmoratorium in voor asielaanvragen van mensen uit Afghanistan, waardoor de beslistermijn werd verlengd. Desondanks is de wettelijke beslistermijn van zes maanden plus negen maanden verlenging overschreden, waardoor eiser de staatssecretaris in gebreke stelde en vervolgens beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Op grond van de jurisprudentie wordt de staatssecretaris opgedragen alsnog binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag vertraging tot een maximum van € 7.500,-. De rechtbank veroordeelt tevens de staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige maar tijdige besluitvorming en past het 8+8-wekenmodel toe, waarbij bij overschrijding van 21 maanden een kortere termijn van acht weken wordt gehanteerd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen. De staatssecretaris moet binnen deze termijn het besluit bekendmaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.