ECLI:NL:RBDHA:2024:172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiseres diende op 4 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen, waardoor de nieuwe termijn op 1 september 2023 zou eindigen. Eiseres stelde de staatssecretaris op 8 september 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 27 september 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en de ingebrekestelling rechtsgeldig is. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, conform het 8+8-wekenmodel dat door de Afdeling bestuursrechtspraak is bevestigd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de staatssecretaris de termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op € 437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een dwangsom op om binnen acht weken alsnog te beslissen.