Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser reeds in Oostenrijk een asielaanvraag had ingediend, wat door Oostenrijk werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij onterecht in de Dublinprocedure was betrokken, dat zijn vingerafdrukken gedwongen waren afgenomen, en dat hij mishandeling in Oostenrijk had ondervonden waardoor hij geen vertrouwen had in de Oostenrijkse autoriteiten. Tevens stelde hij dat overdracht aan Oostenrijk zou leiden tot een schending van zijn rechten op grond van het EVRM en het Handvest.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de juistheid van Eurodac-gegevens en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook werden zijn persoonlijke omstandigheden niet als zodanig bijzonder beoordeeld dat overdracht een onevenredige hardheid zou opleveren.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd niet nader geconcretiseerd en faalde. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en gemotiveerd was genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.