ECLI:NL:RBDHA:2024:168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt staatssecretaris binnen acht weken te beslissen op asielaanvraag met dwangsom
Eiseres diende op 11 september 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij de staatssecretaris bij brief van 13 december 2022 in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep op 24 maart 2023 gegrond en stelde een termijn van zestien weken voor het nemen van een besluit, met een dwangsom van € 100,- per dag.
Ondanks deze uitspraak werd er niet binnen de gestelde termijn besloten, waarop eiseres opnieuw een ingebrekestelling en beroep indiende. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van jurisprudentie een dwangsom van € 200,- per dag met een maximum van € 15.000,- op. De staatssecretaris moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen.
De rechtbank benadrukt dat de eerder opgelegde dwangsom onverminderd blijft gelden en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken te beslissen op de asielaanvraag en legt een dwangsom op bij overschrijding.