ECLI:NL:RBDHA:2024:16498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 behandeld. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 12 juli 2024. De beoordeling richtte zich op de periode daarna.
Eiser heeft geen beroepsgronden ingediend, waardoor de rechtbank ambtshalve toetste op voortvarendheid van de minister, zicht op uitzetting en de vraag of een lichter middel passend was. De minister heeft meerdere keren gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag, meerdere vertrekgesprekken gevoerd en vluchten geboekt. Het feit dat eiser nog niet is vertrokken wordt toegeschreven aan zijn eigen gedrag, waaronder het verstoren van een vlucht op 4 september 2024.
De rechtbank acht het zicht op uitzetting naar Algerije aanwezig, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de vaststelling van identiteit door Algerijnse autoriteiten. Een nieuwe vlucht staat gepland op 22 oktober 2024.
Gelet op het niet meewerken van eiser en het ontbreken van redenen om een lichter middel toe te passen, wijst de rechtbank het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.