Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[opposante] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposante had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank had op 24 september 2024 het beroep kennelijk gegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in omdat de rechtbank niet had bepaald dat verweerder het door haar betaalde griffierecht moest vergoeden. De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is en dat verweerder het griffierecht van €187,- moet vergoeden op grond van artikel 8:74 Awb Pro.
Het verzoek van opposante om ook de kosten van het verzet te vergoeden wordt afgewezen, omdat het verzet een herstelmaatregel betreft die eenvoudig had kunnen worden voorkomen met een briefje aan de griffie. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling daarom af.
De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en is zonder zitting gewezen. Tegen deze hersteluitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en verweerder moet het door opposante betaalde griffierecht vergoeden.