ECLI:NL:RBDHA:2024:16453
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 september 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie zijn asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2024 behandeld. Eiser is niet verschenen, de minister werd vertegenwoordigd. De rechtbank oordeelt dat België inderdaad verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden toegepast.
Eiser stelde dat er structurele problemen zijn in de opvang van asielzoekers in België, waardoor hij als niet-kwetsbare alleenstaande man geen opvang zou krijgen. Dit is onvoldoende onderbouwd. Uit eerdere uitspraken en rapporten blijkt dat asielzoekers in België toegang hebben tot basisvoorzieningen en dat eiser zelf eerder opvang had in België en bij zijn moeder verbleef.
De rechtbank concludeert dat er geen fundamentele systeemfout is die de bijzondere drempel van zwaarwegendheid bereikt. Ook de vergelijking met de opvangsituatie in Nederland leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.