ECLI:NL:RBDHA:2024:16042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening boetebesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Op 28 juni 2019 legde de minister van Landbouw een boete op aan eiseres wegens het niet vooraf wegen van een vracht dierlijke meststoffen. Eiseres ging niet in bezwaar, waardoor het besluit onherroepelijk werd. In februari 2023 verzocht eiseres om herziening van het boetebesluit, stellende dat het besluit op een onjuist wetsartikel was gebaseerd.
De rechtbank oordeelt dat de vermeende onjuistheid van het wetsartikel geen nieuw feit is, aangezien dit al in 2019 vastgesteld had kunnen worden bij ontvangst van het besluit en het rapport van bevindingen. De opmerking van verweerder op een eerdere zitting over het verkeerde wetsartikel geldt niet als nieuw feit.
Verder is het niet evident onredelijk om het boetebesluit niet te herzien. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat zij onevenredig wordt benadeeld door het in stand laten van de boete. Verweerder mocht daarom het belang van rechtszekerheid zwaarder laten wegen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot herziening af. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om herziening van het boetebesluit wordt ongegrond verklaard.