Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[minderjarige 1],
[minderjarige 2]en
[minderjarige 3]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en dit schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag overschrijding.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 30 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.