Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Soedanese asielzoeker, werd op 21 augustus 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege vertraging na een wrakingsverzoek en dat hij rechtmatig in Nederland verbleef omdat hij een asielaanvraag had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van veertien dagen tussen de wrakingsuitspraak en voortzetting van de zitting niet was overschreden en dat eiser zich niet tijdig bij de autoriteiten had gemeld. Uit Eurodac-resultaten bleek dat de Dublinverordening van toepassing was, omdat eiser eerder asiel had aangevraagd in Frankrijk en Duitsland.
Verweerder had terecht een significant risico aangenomen dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken, mede gelet op het ontbreken van geldige documenten en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het standpunt af dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat de feiten en motivering voldoende waren.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.