ECLI:NL:RBDHA:2024:15447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing door de minister van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) als familie- of gezinsleden van de referent, die sinds 2020 in Nederland verblijft met een asielvergunning. De minister wees de aanvragen af omdat de referent niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid en er geen sprake was van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen de referent en eiseres 1, noch hechte persoonlijke banden tussen de referent en eiseressen 2 en 3.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiseres 2 ondanks vertrek uit Nederland nog procesbelang had. De rechtbank verwierp de stelling dat de minister het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden. De minister had gemotiveerd toegelicht waarom de referent niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en waarom er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden zijn.
De rechtbank overwoog dat eiseres 1 en de referent niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet zelfstandig kunnen functioneren of dat er exclusieve afhankelijkheid bestaat, mede omdat eiseres 3 zorgt voor eiseres 1. Ook ontbraken medische stukken ter onderbouwing. De financiële ondersteuning door de referent werd als gebruikelijk beschouwd. Voor eiseressen 2 en 3 was volgens de rechtbank geen sprake van hechte persoonlijke banden, omdat de omgang niet ongebruikelijk was en zij zelfstandig functioneren.
De belangenafweging van de minister werd niet inhoudelijk getoetst omdat het ontbreken van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro de zaak besliste. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de MVV-aanvragen bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvragen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.