Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante], opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 4 december 2023, waarin haar verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen nadat haar asielaanvraag was ingewilligd en het beroep was ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard indien het niet was ingetrokken.
In het verzet beoordeelt de rechtbank of er redelijke twijfel bestaat over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Opposante verwees naar prejudiciële vragen over de verlenging van de beslistermijn met de WBV 2022/22 en stelde dat de ingebrekestelling niet te vroeg was gedaan. De rechtbank zag hierin echter geen aanleiding om het eerdere oordeel te herzien, mede omdat eerdere uitspraken van dezelfde zittingsplaats in gelijke zin waren en de prejudiciële vragen nog niet door het Hof van Justitie van de EU waren beantwoord.
De rechtbank concludeerde dat in het verzet geen nieuwe argumenten waren aangevoerd die twijfel konden doen ontstaan over het eerdere oordeel. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet van opposante is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding blijft in stand.