Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 19 januari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege het niet naleven van artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat vereist dat de redenen van bewaring schriftelijk en begrijpelijk worden meegedeeld. De rechtbank oordeelde dat hoewel de informatieplicht niet volledig was nageleefd, dit niet leidde tot onrechtmatigheid omdat eiser via een tolk en zijn rechtsbijstandverlener voldoende op de hoogte was gesteld en in staat was rechtsmiddelen te gebruiken.
Eiser voerde verder aan dat hij te lang in een politiecel had verbleven en dat de detentie hem zwaar viel. De rechtbank concludeerde dat het verblijf in de politiecel minder dan 24 uur duurde en dat het vervoer naar het detentiecentrum niet onder de detentie in een politiecel valt. Ook was eiser medisch geschikt bevonden voor detentie. Daarnaast stelde eiser dat hij op eigen gelegenheid naar Spanje wilde terugkeren, maar kon dit niet aantonen en de rechtbank vond dat artikel 59 lid 3 Vw Pro niet van toepassing was.
De rechtbank verwierp alle beroepsgronden en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.