ECLI:NL:RVS:2022:3289
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- B. Meijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing bewaring vreemdeling wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden voor plaatsing in politiecel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 26 augustus 2022 in bewaring. De rechtbank Den Haag oordeelde op 13 september 2022 dat de bewaring onrechtmatig was omdat de vreemdeling ten onrechte meerdere dagen in een politiecel werd geplaatst zonder bijzondere omstandigheden die dat rechtvaardigen. De rechtbank beval opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde op 16 november 2022 de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat een vreemdeling alleen in een niet-gespecialiseerde inrichting mag worden geplaatst als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Tijdelijke plaatsing in een politiecel is slechts toegestaan om vervoer naar een gespecialiseerde inrichting te regelen, en dan binnen 24 uur.
De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom in deze zaak meerdere dagen nodig waren voor overbrenging. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.