ECLI:NL:RBDHA:2024:14434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen schadevergoeding beroepsziekte PTSS en vermogensschade
Eiser, voormalig politieagent, kreeg PTSS erkend als beroepsziekte en een schadevergoeding toegekend door verweerder. Hij betwistte de hoogte van de vergoeding voor vermogensschade, met name de schade door de verkoop van zijn woning. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen het besluit tot schadevergoeding van €225.000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een volledige heroverweging heeft gemaakt binnen de bezwaarprocedure en dat het beroep zich beperkt tot de hoogte van de vergoeding. Er waren geen concrete afspraken over de omvang van de vergoeding van vermogensschade buiten de reeds toegekende posten. Verweerder mocht zich beroepen op verjaring voor schade voortvloeiend uit het ontslagbesluit, maar niet voor de restschade PTSS.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde van het causaal verband tussen het onrechtmatige handelen en de vermogensschade, zoals het ontbreken van financiële stukken en medische onderbouwing. Ook de getuige werd niet gehoord omdat dit geen andere uitkomst zou geven. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de schadevergoeding ongewijzigd bleef en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en de toegekende vergoeding van €225.000 blijft ongewijzigd.