Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaken tussen
en [naam eiseres], eiseres
,V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , tezamen aangeduid als eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden met de Bengalese nationaliteit, hadden verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd die op 22 februari 2023 door verweerder werden ingetrokken, met daarbij opgelegde terugkeerbesluiten. De bestreden besluiten van 11 juli 2023 handhaafden deze intrekkingen en de signalering van de terugkeerbesluiten in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
Eisers richtten hun beroep uitsluitend tegen de SIS-signalering, stellende dat deze hen in een slechtere positie bracht dan voorafgaand aan het bezwaar en dat dit in strijd zou zijn met het verbod op reformatio in peius. Tevens voerden zij aan dat de signalering niet evenredig was, mede omdat zij inmiddels in Portugal verblijven en de signalering hun verblijfsaanvraag daar belemmert.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 3, eerste lid, van Verordening 2018/1860 de lidstaten verplicht zijn terugkeerbesluiten in SIS te signaleren, ongeacht mededeling aan de vreemdeling. Verweerder was bevoegd en verplicht deze signalering uit te voeren, ook al was het systeem ten tijde van de primaire besluiten nog niet operationeel. Het beleid van verweerder om signalering pas te verrichten na een procedurele gebeurtenis is geoorloofd.
De rechtbank verwierp het beroep op het verbod van reformatio in peius omdat de signalering ook zonder bezwaar ingevoerd had kunnen worden. De evenredigheidstoets uit Verordening 2018/1861 is niet van toepassing op de dwingendrechtelijke signalering uit Verordening 2018/1860. Eisers werden niet in hun belangen geschaad door de signalering. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de SIS-signalering van de terugkeerbesluiten worden ongegrond verklaard en de signalering blijft gehandhaafd.